Wat een heerlijke titel! Ik ben nieuwsgierig wat taal fetisjist Paulien Cornelisse hierover zou zeggen. De titel en bijbehorende programma van Peter Pannekoek deden mij glimlachen, schaterlachen en bulderen tegelijk. Ongegeneerd. Met uitzondering van het glimlachen komen de andere twee vormen van lachen bij mij minder vaak voor. Niet omdat mijn leven niet vrolijk is of omdat ik depressief ben. Nee, omdat uitbundigheid niet iets is waarmee ik ben opgegroeid. “Doe maar normaal dan doe je al gek genoeg” is een tegelwijsheid die nog net niet in Delfts Blauw bij ons thuis in het toilet hing.

Wat heerlijk om weer een keer uitbundig te lachen. Alles in mij lijf werd in beweging gezet. Dat lachen vele wonden heelt is bekend. Maar dat gieren van de lach bijna net zo lekker is als, ja als, een lekkere ongegeneerde niesbui, dat had ik al even niet ervaren. Vrolijke gedachten, fijne gevoelens afgewisseld door ongemakkelijke gevoelens, mijn hele lijf stond aan. Daar kan geen therapie tegenop. Bedankt Peter!

Vroeger was alles beter
Later was alles beter deed mij meteen denken aan een welbekende uitspraak die in Nederland altijd bijval krijgt: “Vroeger was alles beter.” Vroeger kon je nog een raketje kopen voor 50 cent (in de goede oude gulden tijd). Vroeger was een sandwich nog gewoon een boterham. En zo ontroerde Jan Terlouw heel Nederland met zijn pleidooi voor “ ‘t Touwtje uit de brievenbus.” Iets wat ik nu fijn vind wil ik graag vasthouden. Echter, het enige waar ik vanuit kan gaan is dat mijn omgeving continue veranderd. Ik ben me alleen niet altijd bewust wat er veranderd. Zoals Wim Sonneveld ook bezong in zijn nummer “Het Dorp.”

“Toen ik langs het tuinpad van m’n vader
de hoge bomen nog zag staan.
Ik was een kind, hoe kon ik weten
dat dat voorgoed voorbij zou gaan.”

Dat er op dit moment weerstand is tegen verandering merken we aan de opstand van de gele hesjes. Mensen die gehoord willen worden. Ik ben echter bang dat er niet altijd geluisterd wordt en dat sommige dingen onomkeerbaar zijn. De gulden komt echt niet meer terug. De croissant, babi pangang, pizza, curry en kebab zijn niet meer uit onze samenleving weg te denken. Als ik hunker naar de goede oude tijd merk ik dat ik het niet eens ben met de manier waarop dingen veranderen. Een geel hesje staat mij niet zo. Grote bijeenkomsten met veel mensen is ook  niet mijn ding. Toch wil ook ik gehoord worden en invloed hebben op wat er om mij heen veranderd. Zo ben ik trots op mijn vader die op zijn oude dag wethouders en woningcorporaties probeert te beïnvloeden om meer sociale huurwoningen te bouwen in zijn stad. Niet omdat hij een linkse rakker is, maar omdat hij ziet dat de jeugd vertrekt uit de stad. En nooit meer terug zal komen. Of misschien om kansen te creëren voor zijn 3 kleinzonen, die hij graag in zijn omgeving heeft. Hij laat zich horen en wordt gehoord. Hoe mooi is dat. Op kleine schaal weet hij iets te bereiken. Niet omdat later alles beter was, maar omdat het voor nu goed is.