Tijdens een tentoonstelling ‘hyperrealisme’ in de Kunsthal in Rotterdam kwam een aantal bezoekers (bijna) met mij in botsing. Hun blikveld was op dat moment ook beperkt want ze bekeken de wereld door het scherm van hun smartphones. En alhoewel die steeds groter worden, mis je toch nog een groot deel van de rest van de wereld. Omdat ik zonder scherm door de hal liep kon ik nog net op tijd een frontale botsing voorkomen. Die schermkijkers maken iets bij mij los maar wat er loskomt weet ik niet precies. Ik probeer daar al een tijdje een antwoord op te vinden want wat kan mij het bommen dat iemand constant op of door zijn scherm loopt te koekeloeren.

Terug naar de tentoonstelling. Vijfendertig kunstenaars presenteerden levensechte sculpturen van mensen. Vooral het beeld van de oude vrouw met baby in haar armen van Sam Jinks is me bijgebleven. Levensecht. Zo echt, dat ik me een voyeur voelde. Alsof ik inbreuk maakte op de privacy van vrouw en kind. Ik voelde me ongemakkelijk en had het gevoel dat ik mijn gezicht moest afwenden. Dat een kunstenaar bij mij dat gevoel kan opwekken vind ik al een kunst op zich. Ook bij veel andere bezoekers was het ongemak van het gezicht te lezen.

Afgeschermde buitenwereld

Als ik de sculptuur van vrouw en kind op tv had gezien dan had ik niet dat ongemakkelijke gevoel gehad. Waarschijnlijk had ik nog een kop koffie ingeschonken en kon ik onaangedaan blijven kijken. Grote kans dat de bezoekers die de tentoonstelling “Hyperrealisme” al filmend hebben bezocht, dus vanachter hun scherm, een tv ervaring hebben opgedaan. Het scherm schermt hen af van de buitenwereld en misschien kun je daardoor zeggen dat ze er niet echt bij waren. Ook missen ze de context van de tentoonstelling want het is niet dat ene beeld, het zijn alle beelden bij elkaar die de tentoonstelling bepalen. Het doet er toe om op te merken hoe ze ten opzichte van elkaar in de ruimte staan, hoe de lichtinval is en hoeveel bezoekers er nog meer rond lopen.

Ik fotografeer dus ik besta

Ik vraag mij oprecht af wat mensen drijft om van zo ongeveer alles een foto of filmpje te maken. Zou het in dit geval het afschermen van het ongemak zijn? Of gaat het om de foto die je aan je vrienden kunt laten zien? Of is het een (on)bewuste poging om niet in het hier en nu bezig te hoeven zijn door je letterlijk te verschuilen? Natuurlijk, je komt dingen tegen in je leven die je op de foto wilt zetten. Maar alles? Dan mis je volgens mij de emoties die op dat moment spelen, zoals mijn voyeuristische gevoel of mijn afkeer en vertedering tegelijk bij het zien van de reuze baby.

Moet ik dit stukje nu afsluiten met een oude mannen oproep: ‘bekijk het leven meer door je ogen en niet door je telefoon?’ Nee, dat doe ik niet. Iedereen moet voor zichzelf uitmaken wat hij of zij doet. Maar ik zou het iedereen wel gunnen om schermvrij iets moois mee te maken. Hoe denk jij daarover?